Kleurenblindheid
Gehele of gedeeltelijke kleurenblindheid (daltonisme) is het niet volledig normaal waarnemen van kleuren.
Kleurenblindheid is eigenlijk een verkeerde naam. Blindheid voor alle kleuren is extreem zeldzaam. Een echte kleurenblinde ziet alleen maar in zwart-wit en tinten grijs, zoals we vroeger op een zwart-wit TV zagen. Een echte kleurenblinde ziet ook veel minder goed bij daglicht en is lichtschuw, omdat hij evenals een nachtdier alleen met de staafjes kijkt.
Vrijwel alle mensen met stoornissen bij het kleuren zien hebben een normale gezichtsscherpte en zijn niet lichtschuw. Zij kunnen alleen bepaalde kleuren (meestal rood en groen) niet goed van elkaar onderscheiden. Het komt veel voor, ongeveer bij 2% van alle mannen in Nederland. Zij zien bijvoorbeeld niet goed het verschil tussen rijpe rode aardbeien en onrijpe groene aardbeien. Meestal gaat het om een schakelfout van de kegeltjes die aangeboren is en gedurende het leven niet verandert. Er is niets aan te doen. De afwijking is 'geslachtsgeboden erfelijk', zodat kinderen het van opa via de moeder kunnen erven. Voor sommige beroepen, zoals piloot, schipper en treinmachinist is het goed kleuren kunnen zien een vereiste.


